Mango, een novelle. Deel 10 | Vroege lezers editie

Mijn naam is LS Harteveld, ik schrijf over seks, maak yoga filmpjes, en in dit levensjaar wil ik iedere dag een stukje van mijn boeken publiceren. Tot nu toe altijd op de valreep voor middernacht.

2 0 0 4

Op de beeldschermen zweven verschillende screensavers. Om de zoveel tijd klinkt er een kraai, een imitatie van Frank de Boer of een kort popdeuntje. Processoren en kopieerapparaten zoemen monotoon. Ik zijg neer in mijn cubicle en klik mijn beeldscherm aan. Hoe eerder deze stomme klus klaar is hoe beter. Ik wil weer ergens anders werken.
De vrouwelijke staf zit nog in de koffiekamer. Iemand is bevallen en ze delen eensgezind ervaringen. Inclusief de hechtingen van de buurvrouw en de onvruchtbaarheidsbehandeling van hun zus. Ik ging weg voor ze mij konden vragen of ik kinderen wil, of zou voorrekenen hoe de aarde zucht onder overbevolking. Of dat er kinderen in Afrika van honger doodgaan terwijl zij tienduizend euro in een onvruchtbare baarmoeder stoppen. Demonstratief dumpte ik een halve beschuit met muisjes in de vuilnisbak naast de frisdrankautomaat.
Met een kop koffie, een stapel papier en zijn bekende witte glimlach, kruist Sander opgewekt de kantoortuin. In zijn vrije hand een beschuit.
“Zo. Zit je hier. Werd het kippenhok je te vol?” constateert de glimlach.
Hij legt zijn spullen op een leeg bureau en begint de beschuit op te eten boven het toetsenbord van de absente jonge moeder.
“Sander, wat zie je er weer stralend uit,” begroet ik de hoogste manager van deze divisie.
Hij grijnst zonder dat er een muisje te zien is.
“Die dure pakken staan je zo verschrikkelijk goed. Weet je nog steeds zeker dat je geen homo bent?” maak ik mijn compliment af met een pesterijtje.
Sander schrokt met een grote hap de rest van zijn beschuit naar binnen, tevreden knikkend en kauwend dat zijn kleding is opgemerkt.
“Je hoeft geen homo te zijn om je goed te kleden hoor,” antwoordt hij als zijn mond leeg is.
“Als wij goed geklede mannen elkaar zien op straat, geven we elkaar een knikje. Ons kent ons.”
Sure Sander,” houd ik vol. “Dat knikje betekent vast: Zo direct. Eind van de straat, in dat steegje daar.
Hij kijkt me broeierig aan.
“Dat zou je wel opwindend vinden hè?”
Fuck ja.
“Ik zou alles willen horen.”
“Wist je dat daar een naam voor is?” vraagt hij.
“Ja. Homo,” grijns ik.
Benieuwd of zijn vrouw dat al weet.
“Neehee. Voor vrouwen die opgewonden worden van twee mannen samen. Dat is een soort afwijking. Iets met fiel op het eind.”
Ik trek mijn wenkbrauwen op maar Sander stapt snel over zijn diagnose heen.
“Wist je…” schuift Sander zijn billen in maatpak verder op het bureau.
“Wist je dat Brad Pitt in Nederland is?”
“Is the pope Catholic? Ik ga er zelfs heen,” schep ik op.
“Ik ga naar Amsterdam. Wie weet zie ik hem wel. “
Sander blijkt diep onder de indruk.
“Ik heb alleen een paar straatnamen uit showbizzprogramma’s hoor. Ik weet niet eens of hij op de set is,” geef ik mijn expeditie slechts een kleine kans van slagen.
“Hij filmt nog met Angelina Jolie en doet promotie voor Troy.”
Maar voor Sander is de zaak helemaal in de pocket. Opgetogen verzamelt hij zijn spullen.
“En ik wil alles horen, hè!”
Hij knipoogt en zwaait af met zijn papieren.

<3

Deze publicatie van Mango is tijdelijk, maar compleet: je mag echt gratis meelezen tot het zinderende einde. Laat je email adres achter voor korting, juicy stuff, of als je je eerst geborene aan mij wilt afdragen. Ik plaats nieuwe delen ook op Twitter en mijn Facebook pagina

Hier is die link naar deel 1  Onderaan iedere post staat de link naar het volgende deel mits die online is. 

 

Mango, een novelle. Deel 9 | Birthday editie

Het is 24 juli 2016 half 12 s avonds. Ik ben vandaag 44 geworden, maar dit zou niet compleet zijn zonder een 51 weken durende yoga challenge op mijn YouTube, een publicatie uit mijn nieuwe boek, en massive role playing seks met mijn geheime minnaar. Of in elk geval twee van de drie.

T e e n t j e s

We rijden over kleine landwegen door een vlak landschap. Ik kom nooit aan deze kant van de stad en herken niets.
“Daar is een bord,” zegt Jeroen. “We zijn er bijna.”
Het allerzieligste asiel in de buurt zit overvol. Alle dieren van de Dierenambulance worden er naartoe gebracht. Op onze achterbank schommelen net aangeschafte reismandjes. Ze zijn nog leeg maar we hebben ze al vastgegespt aan de bank. Om te oefenen.
“Raar idee dat we dadelijk echte poesjes hebben.”
Jeroen knikt. We zijn er.
In het kantoortje ruikt het naar hondenvoer.
“Kan ik helpen?”
Ik leg uit dat we grote katers willen.
“Het liefst hele zielige. Die er al heel lang zitten omdat ze er niet lief uitzien ofzo.”
De vrouw van het pension klaart op.
“We hebben Willem-Alexander,” loodst ze ons mee.
In vijf grote kooien miauwen en blazen talloze katten en kittens. In één kooi gaat het er ruw aan toe.
“Dat zijn de nieuwe. Die katers zijn nog niet gecastreerd.”
We worden binnengelaten in een grote kooi. Een grote mand in een hoek wordt helemaal gevuld door iets zwarts en glads dat met gele ogen naar ons loert. Om onze benen dansen de andere katjes.
“Het is een hele lieve kat,” aait de vrouw. Willem-Alexander laat het gelaten over zich heen komen, en lijkt geen aanstalten te maken haar hand op te eten. Jeroen en ik schuifelen dichterbij.
“Oe, shit,” schrikt Jeroen. Een kleine langharige kat slaakt een gilletje als hij een por krijgt van zijn grote mannenschoen.
“Ik zag hem niet.”
Het katje kijkt verbaasd. Zijn snorharen zijn drie keer zo breed als zijn hoofdje.
“Die is nieuw,” zegt de vrouw van het pension.
“Van hem weet ik nog heel weinig.”
Verwachtingsvol komt de kat op zijn achterpoten, slaakt een miauw die nog het meest lijkt op een hese piep, en rolt vervolgens achterover. Weer op het beton.
“Hij is een beetje onhandig,” zeg ik terwijl ik het diertje op de arm neem.
De pluizige eekhoorn staart kietelt mijn arm.
“Hij heeft zelfs haar tussen zijn tenen,” pakt Jeroen een handje vast.
We zetten het katje neer en worden rondgeleid langs antibiotica katers, poezen met nierproblemen en duo-katjes die bij elkaar moeten blijven. Als we terugkomen is het kleine katje in de reismand gaan zitten.
“Eigenlijk moeten we hem niet nemen,” sputter ik tegen. “Hij is zo schattig, hij heeft zo een baasje.”
“Ach, pak hem nou maar in,” zegt Jeroen. “Die is ook zielig. Op zijn eigen manier.”
Thuis schuilt Willem-Alexander onder mijn antieke bureau. Zelfs met etenstijd komt hij er niet onder vandaan. Jeroen zet water en zachte paté in de bureauhut. Willem tast vol overgave toe. Het smakken en schrokken galmt door de hele kamer.
“De mevrouw zei al dat het lang kon duren voor hij gewend is,” slaat Jeroen de eetlust van onze nieuwe kat gade.
“Hij zat er ook al zo lang.”
Maxje, de kersverse naam voor het zwart-witte poesje, lijkt maar één gezichtsuitdrukking te hebben. Hij heeft zijn schoteltje leeg en kijkt verbaasd of er alweer gespeeld wordt. De hele avond stuitert hij uitgelaten door de woonkamer.
“Moest je niet naar Inge?” vraag ik Jeroen, als we in bed liggen.
“Nee, morgen denk ik. Vanavond wilde ik thuis zijn.”
Met een hees piepje springt Max op bed. Hij kijkt ons verbaasd aan. We slapen gedrieën.
‘s Ochtends bijt Willem in mijn vinger. Etenstijd.

1999 Fight Club

2000 Snatch

2001 The Mexican, Spy Game, Ocean’s Eleven

2002    -

2003    -

<3

Deze publicatie van Mango is tijdelijk, maar compleet: je mag echt gratis meelezen tot het zinderende einde. Laat je email adres achter voor korting, juicy stuff, of als je je eerst geborene aan mij wilt afdragen. Ik plaats nieuwe delen ook op Twitter en mijn Facebook pagina

Hier is die link naar deel 1  Onderaan iedere post staat de link naar het volgende deel mits die online is. 

 

 

Mango, een novelle. Deel 8 | Vroege lezers editie

Mijn naam is LS Harteveld, ik schrijf over seks, host een 30 Day Yoga Challenge op YouTube, en publiceer mijn werk deze zomer online. 

1 9 9 3

Jeroen en ik dribbelen achter elkaar door het smalle gangenstelsel van een studentenhuis. Verschillende panden boven cafés en discotheken zijn van binnen met elkaar verbonden tot één groot Achterhuis waar iedere bezoeker verdwaalt. De gangetjes klinken hol. Beposterde wandjes van gehorige gipsplaat vormen een imaginaire grens tussen de intieme gewoontes van de bewoners en toevallige passanten.
Jeroen draait zijn deur van het slot. De kleine kamer is winter koud. We haken onze jassen aan de deur, tussen zijn ochtendjas en hockeytas. Hij gooit de radiator open en vertrekt met een beslagen theekan en vieze kopjes richting keuken. Op de gang ontmoet hij een huisgenoot met een ingewikkeld verhaal over lekkages en ratten op de wc.
In de open kast staan de titels van onze studie. Originele hardcovers en grote klappers met kopieën. Op ooghoogte ligt een hoge stapel dure magazines. De bovenste is een Playboy. Nieuwsgierig kom ik dichterbij. Ik glijd door de glossy covers, vis de eerste Penthouse uit de stapel en installeer me in de bureaustoel. Mijn vader bewaarde een stapel Playboys op zijn studeerkamer. Als mijn ouders niet thuis waren snuffelde ik er wel eens doorheen. Een jaar nadat hij stierf ruimde mijn moeder de eerste spullen op. Ik vond de ze in de papierbak. Onmiddellijk eigende ik me deze pornografische schat toe.
“Zo, je hebt iets te lezen gevonden zie ik.”
Jeroen komt binnen met een dampende pot thee. De kopjes zijn brandschoon.
“Forum,” wapper ik met de verhalenrubriek.
“Heb je al een leuke?”
Hij zet mijn kop thee op het lege bureau. Ik deel mijn bevindingen.
“Deze is wel geil ja. Hij heet klets, pats, pets. Over een meisje die straf krijgt van haar leraar.”
“Dat,” zegt Jeroen. “Het is het meisje dat, niet die.”
Hij kijkt me recht aan.
“Als ik je leraar was, zou ik je hard aan pakken.”
Mijn onderbuik wordt warm. Ik lees een paar alinea’s voor, en we lachen om de andere verhaaltjes. Een lezer beschrijft zijn harde pik als dikke winterwortel.
“Ik blijf altijd hangen bij de foto’s,” biecht Jeroen op.
Ik schud mijn hoofd.
“Ik zie er niks in. Grote borsten, loensende ogen, big hair.”
Peinzend loopt hij naar de kast en rommelt in de stapel.
“De Internationale Penthouse is wat explicieter dan de Nederlandse.”
Hij draait zich om en geeft een groot zwaar blad aan.
“Misschien is dat meer je ding.”
Een korrelige zwart-wit reportage. Haar hoge jukbeenderen en rokerige ogen klappen arrogant de camera in. Bloot op hoge hakken, sieraden om haar slanke nek en benige pols. Het korte wet-look kapsel strak naar achter. Op een volgende pagina holt ze haar rug. Haar eenvoudig gemanicuurde handen op haar billen. Tussen haar dijen de kleine rondingen van haar schaamlippen. Ik sla om. Over de breedte van twee pagina’s ligt ze naar achteren, je kijkt tussen haar opgetrokken slanke benen. De kleine zilverkleurige dildo speelt tussen haar elegante vingers, en verdwijnt tot over de helft in haar. 

J e r o e n

Ik lig op mijn zij. Jeroen achter me. Het dekbed bibbert mee en Jeroen doet een dappere poging mijn trillende lijf vast te houden. Alsof hij een centrifuge omhelst. In mijn droge mond proef ik Jeroens voorvocht. Ik probeer koppig niet te denken aan de brief van mama over seks.
“Omdat je nu single bent heb ik toch maar even een nieuwe folder voor je opgevraagd.”
Ik dacht al aan aidsvoorlichting als ik haar handschrift op een envelop zag. Al was het een verjaardagskaart.
“Heb je het koud?” vraagt Jeroen.
Ik klappertand.
“Ik moet plassen,” zeg ik. “Ik wil niet naar de wc. Straks kom ik Francien tegen.”
Als ik in de keuken ben of naar de wc loop, zeggen we met weerzin gedag. Ze heeft iets met een meisje dat hier ook woont. Jeroen kruipt over me heen de hoogslaper uit.
“Je moet je plas niet ophouden, dat is niet gezond.”
Uit de pedaalemmer haalt hij een melkpak en scheurt de bovenkant open.
“Kom maar. Doe hier maar op.”
Hij plaats mijn toilet op de grijze vloerbedekking.
“Wat? Midden in je kamer?” gniffel ik.
Jeroen geeft zijn ochtendjas aan.
“Nou, dat lijkt me beter dan in mijn bed hè?” zegt hij terwijl hij rondslingerende kledingstukken aanschiet en een sjekkie begint te rollen.
Nieuwsgierig klauter ik uit bed. Ik knoop de ochtendjas om en hurk op de geïmproviseerde wc. Het karton als een doosje om mijn hele kutje heen.
“Wat nou als ik spetter?” vraag ik terwijl ik verwachtingsvol tussen mijn benen kijk of het al komt.
“Nou, dan kun je net zo goed meteen op de grond plassen,” concludeert Jeroen terwijl hij zijn sjekkie opsteekt.
Grinnikend horen we het klateren. De plas blijft maar stromen. Dan is het klaar.
“Geef maar,” zegt Jeroen.
Het pak voelt zwaar en heet aan. Hij geeft een wc rol, steekt de kamer door, en opent het raam dat twee verdiepingen boven de brandgang uitkomt. Zijn sjekkie bungelt in zijn mond. Zonder omhalen loost hij de lading in de verlaten steeg. Het pak verdwijnt weer in de pedaalemmer. We wassen onze handen in de kleine wasbak.
“Gaat het een weer beetje?” vraagt hij, terwijl hij mij de handdoek aangeeft.
Ik knik.
“Sorry. Dat heb ik wel eens.”
“Deed het neuken pijn?” vraagt hij.
Ik haal mijn schouders op.
“Je bent wel groter dan Joep,” zeg ik.
Jeroen knikt.
“Ik hoor te zorgen dat je er genot van hebt.”
“Ik ben niet zo goed met seks,” zeg ik bedachtzaam.
“Mocht ik je daarom niet likken?” vraagt Jeroen.
Ik bijt op mijn lip.
“Ik wil niet dat je iets krijgt. Ik zou me eigenlijk moeten laten testen.”
Jeroen kijkt me verbaasd aan.
“Je bent toch jaren met Joep geweest?”
“Ik ben een keer vreemd gegaan. Of er is iets gebeurd. En omdat die jongen homo was.. Maar ik heb me nooit durven laten testen.”
“Je bent niet goed met seks omdat je een beetje vreemd bent gegaan en nu bang bent dat je wat hebt?”
Ik knik.
“Altijd. En ik ben altijd bang als ik een jongen pijp zonder condoom. Net zoals met jou.”
“Waarom gebruik je dan geen condoom?”
Hij lijkt oprecht verbaasd.
“Die dingen hebben notabene fruitsmaak. Daar zijn ze toch voor?”
Mijn maag knijpt samen. Mijn ogen worden warm en nat.
“Niemand pijpt met condoom,” huil ik. “Niemand.”
Hij omhelst me. Mijn tranen maken vlekken op zijn T-shirt.
“Niemand is zo bang als jij,” troost hij.
De grote ochtendjas valt open. Mijn borsten zijn roomblank en maagdelijk tegen het zwarte badstof. De borsten van de dood. Wie weet wat erin zit. Ik huil nog harder.
“De volgende keer dat je me pijpt gebruik je een condoom,” wiegt Jeroen mij en mijn borstjes van de dood.
Hij legt zijn handen om mijn gezicht en richt mijn gezicht op.
“Beloofd?” vraagt hij.
“Wat?” vraag ik verwaterd.
“Dat je voortaan een condoom gebruikt met pijpen?”
“Andere meisjes doen dat ook niet,” sputter ik tegen.
“Ik ben nu je vriendje en ik wil geen gehuil meer,” zegt hij resoluut.
“Ik dacht dat jij nooit een vaste vriendin had,” veeg ik mijn natte gezicht droog in zijn witte dunne witte T-shirt.
“Dat ik weer weg moest.”
“Je denkt toch niet dat iedereen hier op de grond mag plassen?” glimlacht hij.
“En nu op de bank jij.”
Ik plof neer. Zijn sjekkie verdwijnt in de asbak. De ochtendjas valt open als hij mijn benen uit elkaar duwt. Grote handen strelen naar de binnenkant van mijn dijen. Ruwe duimen langs de ingang. Het genot loopt al over mijn rug nog voor ik zijn warme mond kan voelen.

* 

1994   Legends of the Fall

Interview with the Vampire

1995   Se7en

Twelve Monkeys

1996   Sleepers

1997   The Devil’s Own

Seven Years in Tibet

1998   Meet Joe Black

 

 

<3


Deze publicatie van Mango is tijdelijk, maar compleet: je mag echt gratis meelezen tot het zinderende einde. Laat je email adres achter voor korting, juicy stuff, of als je je eerst geborene aan mij wilt afdragen. Ik plaats nieuwe delen ook op Twitter en mijn Facebook pagina

Hier is die link naar deel 1  Onderaan iedere post staat de link naar het volgende deel mits die online is. 

 

Mango, een novelle. Deel 7 | Vroege lezers editie

Mijn naam is LS Harteveld. Ik leid een ascetisch leven, maar dat maak ik ruimschoots goed door te daten met foute mannen. Op avonden dat ik dat niet rond krijg schrijf ik.
Vanaf 1 juli 2016 plaats ik een deel van mijn oeuvre online. Deze publicatie van Mango is tijdelijk, maar compleet: je mag echt gratis meelezen tot het zinderende einde. Laat je email adres achter voor korting, juicy stuff, of als je je eerst geborene aan mij wilt afdragen.

O n e  N i g h t  S t a n d

Het is koud hier op de wc. Ik hurk diep. Mijn knieën vermijden de ijzige vloer. Mijn lichaam beeft onophoudelijk. Het groene T-shirt van Benjamin hangt er los omheen. Ik wilde iets van hem aan, een geestelijke reddingsboei. Het witte porselein van de pot glimt uitnodigend, voor het geval ik inderdaad moet overgeven. Zelfs nu, trillend van angst, kan ik voelen dat ik nog steeds geil ben.
Nadat Benjamin en Paul allebei waren klaargekomen kropen ze tegen me aan. Handen over mijn lichaam. Een natte string scheidt mij van hen. Mijn been krult om Paul. Zijn tong diep en dwingend in mijn mond, alsof hij me neukt. Scherpe steken tussen mijn benen die ik alleen krijg als ik heel erg geil ben en niet bevredigd word. Dan schuift Benjamin mijn string opzij. De aanraking tussen mijn natte schaamlippen. Zijn vinger glijdt een stukje naar binnen. Een rare hoek, dieper. Ik zou het niet na kunnen doen, maar het werkt. Ik kom meteen klaar.
 jongen klaarkomen. Pas wel altijd goed op dat
 De letters van de Rutgersstichting dansen op mijn netvlies. Ik ken het lettertype, de komma’s, en waar de zinnen op het driedubbel gevouwen A4-tje worden afgebroken. Een paar woorden op iedere regel.
 hij geen sperma op zijn handen heeft.
 Geheimschrift, want ik ben de enige die de boodschap kan lezen. Klappertandend schudt mijn lichaam. Ga lekker slapen joh, golft het T-shirt van Benjamin geruststellend. Ik doe toch ook niet zo raar, en ik studeer medicijnen! verleidt het shirt mij tot een glimlach. Weer pijn in mijn onderkaak. De paracetamol werkt niet. Ik huil. Mijn huilbui verdrijft de pijn. Ik tril alleen nog, zoals altijd bij een paniekaanval.
“Alles goed?”
Het is Paul.
“Ik voel me niet goed. Ik kom zo,” antwoord ik van achter de deur.
De pijn in mijn kaak komt terug. Ik moet nog langer huilen, voor het wegtrekt. Even later verlaat ik bibberend de wc.
“Wat is er dan?”
Paul ligt weer in bed. Benjamin droomt vredig.
“Ik heb kiespijn en de paracetamol werkt niet,” antwoord ik.
Een deel van de waarheid. Dit lijkt me niet het moment om over aids en angstaanvallen te beginnen.
“Wacht maar,” zegt Paul.
Na wat gerommel in de badkamer staat hij met een glas water en een handje pijnstillers naast ‘t bed.
“En zo snel mogelijk naar de tandarts,” verklaart hij stellig.
Opgelucht slik ik de boel naar binnen. Paul laat me in het midden kruipen, en sluit de rij.
“Welterusten meisje.”
Ik val meteen in slaap. We worden diep in de middag wakker.
De studeerkamer van Paul is ijzig koud. De leren bureaustoel veert onder mijn gewicht, en ik wip een paar keer op en neer. Een antiek bureau als van mijn vader. Een fotolijstje. Jesse en Paul doen hun John Malkovich glimlach. Met een zucht neem ik de hoorn van de haak. De bakelieten telefoon draait met een sappig geluidje het nummer. Nog net op tijd corrigeer ik, en draai opnieuw met het netnummer erbij. Na twee keer overgaan, neemt Joep op. In een paar zinnen biecht ik mijn nacht op. Zwijgend hoort hij het aan.
“Maar ik heb dus niet geneukt ofzo,” sluit ik af.
Het is nog steeds stil.
“Kun je misschien even wat zeggen?” vraag ik.
“Ja, wat moet ik zeggen? Ik ben er niet blij mee.”
Een verse rilling kruipt van mijn kies naar mijn ruggengraat.
“Ik moet gaan,” rond ik ‘t af.
Kou en hitte flitsen door mijn lichaam. Verlangen en angst schreeuwen door elkaar over wat er moet gebeuren. Mijn kutje prikt maar weer eens.
“Doeg hè.”
Na een maaltijd die ontbijt, lunch en avondeten in één zijn, ga ik weg. Paul geeft me een knuffel en een envelop met pijnstillers om de nacht door te komen. Benjamin loopt me naar de trein. Het museum de Venustempel is gesloten. Een paar drugsdealers hangen rond voor de afbeelding van de naakte godin op haar schelp. Op het perron schrijft Benjamin in mijn adresboekje.
“Bel maar als je een dokter nodig hebt,” glimlacht hij, terwijl de vulpen over het blaadje zwiert.
Nu. Ik heb nu een dokter nodig. Hou me vast. Vertel me over aids. Vertel me over jou.
 Naast zijn telefoonnummer is met een snelle streek een esculaap getekend. 

1 9 9 2

Francien en ik zitten op de bank. Daniëlla zit op de grond. Total Recall is afgelopen.
“Letz plee anozzer movie,” imiteert Daniëlla het accent van Arnold Schwarzenegger.
“Thelma and Louise,” concludeert Francien. “Het lekkerste voor laatst.”
Schor begint de videoband te lopen. Thelma en Louise vangen aan met hun avontuur. De bekende verhaallijn trekt aan me voorbij. Ik heb de film al gezien. Ik verheug me op de scènes met die onbetrouwbare jongen. Tevreden dommel ik onder mijn dekbed in mijn vertrouwde hoekje op de bank.
Vijf weken geleden is mijn verstandskies getrokken. Iedere keer moest de tandarts zijn instrumenten uit mijn mond halen omdat mijn hoofd trilde. Mijn mond slikte niet en bleef niet open. Pas na een half uur was de ontstoken kies eruit.
“We doen boven toch maar als het echt nodig is,” stuurde hij me naar huis.
Met hechtingen in de onderkaak waar ik aan peuterde met mijn tong. Mijn bovenkaak zinloos verdoofd. Toen ik thuis was, maakte ik een bed op de bank. De hechtingen losten op. De zwelling verdween en zelfs het trillen gooide na een week de handdoek in de ring.
Maar ik bleef op de bank liggen, terwijl ik de muren om me heen voelde groeien. De breedte uit, de hoogte in. Grote dikke muren van koude grijze stenen, als middeleeuwse kastelen waar nooit verwarming is geweest en alle vertrekken naar schimmel ruiken. Gevuld met herinneringen die je voelt maar niet kunt delen.
Een college volgen is een uitputtingsslag. Telefoontjes van mama beantwoord ik zo kort en afwezig dat ze vaak dezelfde dag nog een keer belt, omdat ze weet dat ze niet het hele verhaal krijgt. Als onwelkome gasten jaag ik mensen uit mijn kasteel.
Ik heb Joep verteld waarom ik zo bang ben. Hij zegt nog steeds weinig maar is bij me als ik bang ben om alleen te zijn. Zwijgzaam staren we naar de tv tot het tijd is om naar bed te gaan. Sinds Amsterdam doen we het niet meer.
“Ben je er wel helemaal bij?” vraagt Francien. Het is ver na twaalven.
“Gewoon moe,” sus ik. De kou binnen de muren duldt geen anderen.
“Kijk nu komt dat leuke,” veert Francien op.
Thelma opent de deur voor de onbetrouwbare jongen. Hij trekt zijn shirt uit, zoals ook Benjamin zijn shirt uittrok. Thelma en hij wisselen blikken, hun vingertoppen raken speels. Alle plekken die Benjamin heeft aangeraakt worden warm. Mijn geest sluit zich en laat zich naar binnen vallen zodat ik alleen maar herinneringen voel. Zijn adem tegen mijn natte haar. Langzame tong die mijn lippen streelt. De stuwende beweging van zijn hand.
“Jij hebt ook een soort onenightstand gehad hè?” verbreekt Francien de scene waarin Thelma wordt genomen op een dressoir.
Mijn fantasie spat als een zeepbel uit elkaar. Ik ben weer alleen.
“Ben je echt vreemd gegaan?” vraagt Daniëlla.
Haar grote bruine ogen kijken me teleurgesteld aan.
“Bijna!” verkneukelt Francien zich. “Met twee mannen!”
Thelma komt erachter dat de mooie jongen haar 6000 dollar heeft gekost.
Ik vertel Daniëlla het verhaal. Het concert van Lenny Kravitz. De leuke jongen en hoe hij zijn armen om me heen sloeg. Ik laat Daniëlla verliefd worden op Benjamins huid, zijn haar, en zelfs zijn olijfgroene shirt. Ik vertel over thee en koekjes. Over het wassen van mijn haar. Over mijn eerste kus met Benjamin. Het bed. Ze zinkt in de armen van Paul die haar meisje noemt. Vrijen met twee mannen.
“Ik kon ‘t gewoon niet. En toen zei ik Nee en toen zijn ze gestopt.”
Onverbeterlijk klampt mijn geest zich aan die laatste ogenblikken dat ik nog geen stop had gezegd.
“Ik heb bij de dokter wel eens een vinger in mijn kont gehad,” zegt Francien, en ritselt met de koekrol.
Gedachteloos stopt ze een volkerenbiscuit in haar wangen en volgt de naderende arrestatie van Thelma en Louise. Het ziet er niet goed voor ze uit.
“Sindsdien weet ik zeker dat kontneuken echt niks voor mij is hoor.”
Bij het woord kontneuken vallen er kruimels uit haar mond.
“Maar als jij je zo graag door twee kerels wil laten neuken, dan moet je dat zelf weten.”
Het went nooit. Francien went nooit. Van kleuterschool tot nu, altijd dat geoordeel, altijd dat botte. Altijd moet ze laten weten dat ik een hoer ben, of lelijk, of vies. Of dat ik juist naïef en zielig ben omdat ik alleen maar met Joep heb geneukt en één jongen idioot weinig is.
“Weet je, ik ben hier wel klaar mee.”
Mijn woorden klinken meedogenloos duidelijk.
“Ik heb het zo helemaal gehad met jouw commentaar. Op van alles en nog wat. Ik kots ervan.”
Ik ril onder mijn dekbed, maar het lijkt een tevreden rilling.
“Francien bedoelt het toch niet zo,” sust Daniëlla.
“Oh jawel,” sneer ik. “Francien meent het altijd.”
Onverbiddelijk spugen de herinneringen zich op. Haar schampende houding. Het gehits en gepook waarmee ze vriendinnen tegen me wist op te zetten.
“Jij weet niet half wat Francien mij allemaal heeft geflikt,” snijd ik haar de pas af.
“En ik ben er helemaal klaar mee.”
Francien sputtert en kronkelt tevergeefs.
“Jij komt hier nog wel op terug!” dreigt ze ten slotte.
Demonstratief staat ze op en stampvoet mijn kamer uit. Even later klinkt er harde muziek door dunne muren. De aftiteling rolt over het scherm.
“Ik vind het jammer voor je dat je niets met die jongens hebt gedaan,” troost Daniëlla.
Ik had verwacht dat ze iets zou zeggen over dat ik Francien moet vergeven.
“Ik zal aan Henk vragen of je mijn kamer mag,” biedt ze aan terwijl ze haar jas aantrekt.
“Peter heeft gevraagd of ik bij hem kom wonen.” 

D e  P s y c h o l o o g

Bibberend loop ik de trap op naar onze zolderverdieping. Tussen het wasgoed door hoor ik de tv. Henk is dus nog op. Ik klop even en wacht op zijn stem. Ik ben zijn enige huisgenoot, en we kloppen allebei.
“Ja hoor,” klinkt het vanachter het rode deurtje.
Ik laat mezelf binnen en ga naast hem op zijn bank zitten. Op Discovery is een documentaire over orang-oetans. Orang-oetan baby’s zonder moeder worden gevoed en grootgebracht en verhongerde dieren opgepept en uitgezet in vruchtbaardere gebieden. Henk giet M&M’s in mijn hand.
“Het is weer terug,” zeg ik terwijl ik op een M&M sabbel.
“Het trillen. Zelfs Jorrie en Snorrie werken niet.”
Jorrie en Snorrie is een kinderboekje dat ik wel eens lees.
“En Pluk ook niet.”
Het is moeilijk bang te zijn voor aids als je kinderverhalen leest, maar niet onmogelijk.
“Ik dacht dat het de bedoeling was dat je beter werd van de psycholoog,” zegt Henk.
Hij weet dat ik vandaag een intake had.
“Je slaapt ook weer alleen. Wat is er dan ineens?”
Ik haal mijn schouders op.
“De psycholoog vond het juist goed dat ik zo bang was. En dat ik niet had geneukt in Amsterdam. Omdat je ook met condoom een risico houdt.”
De grijzende kalende man had tevreden zijn lippen getuit na zijn diagnose dat ik geestelijk volmaakt gezond was.
“En je moet je natuurlijk wel laten testen,” had hij er terloops aan toegevoegd.
“Dat traject duurt twaalf maanden.”
Zijn grijze hoofd zwiepte lang in een beweging die ergens het midden hield tussen nee-schudden en ja-knikken.
“We zullen ons richten op herstel van je seksleven met je partner.”
Nu knikte hij duidelijk ja.
Henk giet de laatste M&M’s rechtstreeks uit de zak in zijn mond.
“Dus ik denk dat hij het wil hebben over of Joep mij wel of niet mag beffen zonder beflapje,” besluit ik het verslag van mijn therapie.
“Terwijl ik daar helemaal niet voor kwam.”
“Wat een raar verhaal,” knapperen de pinda’s in de mond van Henk.
“Zou dat zo’n techniek zijn waarbij je de patiënt bevestigt in haar angst, en dat het dan over gaat?”
Henk studeert psychologie maar hij zit pas in het tweede jaar. Hij is nog niet op de hoogte van alle details.
“Geen idee. Maar ik ga nooit meer naar de psycholoog.”
Henk knikt.
“Ik ga toch arbeidspsychologie studeren,” distantieert hij zich van het broddelwerk van zijn collega.
“Zal ik weer Reiki geven?”
Hij komt achter me staan en legt zijn handen om mijn kaken. Op tv vertelt een orang-oetan redder hoe een uitgezet jong als volwassen mannetje terug kwam naar het opvangcentrum.
“Hij was gewond en liep direct naar onze dokter toe,” roemt de redder de slimheid van zijn pupil.

<3

Hier is die link naar deel 1  ;)
Proloog om je vingers bij af te likken en dan duik je headfirst the late jaren 80 in.
Onderaan iedere post staat de link naar het volgende deel (zodra die online is ieg)
Mango is tijdelijk online, uiterlijk tot het papieren boek er is.
Ik plaats nieuwe delen ook op Twitter en mijn Facebook pagina

Mango, een novelle. Deel 6 | Vroege lezers editie

Mijn naam is LS Harteveld. Ik drink niet, ik rook niet, ik eet sinds dit weekend geen suiker
maar ik schrijf wel over seks. Juist nu, zal ik maar zeggen!
Vanaf 1 juli 2016 plaats ik iedere dag een deel online. Deze publicatie van Mango is tijdelijk, maar compleet: je mag echt gratis meelezen tot het zinderende einde. Laat je email adres achter voor korting, juicy stuff & de andere gratis boeken.

B e n j a m i n

We lopen kletsend door donker Amsterdam. Over een gracht. Een verlaten winkelstraat. Richting station volgens mij, maar Benjamin weet de weg. We nemen een onguur steegje en slaan de hoek om.
“We zijn er.”
Een gigantisch pand aan een brede straat. Een taxi giert over het asfalt en de tramrails. De oude trapgevel torent hoog tegen de heldere hemel.
“Echt gaaf, dat je hier woont,” spreek ik mijn bewondering uit.
Benjamin schudt zijn hoofd.
“Ik woon in Leiden. Dit is van een vriend.”
Zijn sleutel klikt de voordeur open, een oude trap doemt op. Twee krakende verdiepingen naar boven, dan opnieuw een dichte deur. De laatste trap brengt ons in een oude keuken. Een hond kwispelt en onderdrukt zijn blaf. Nagels krassen in de houten vloer.
“Stil maar, stil maar.”
Het dier steekt zijn natte neus in de handpalm van Benjamin.
“Even kijken of Paul er is.”
Benjamin bestijgt een steile wenteltrap. Met glanzende dropogen kijkt Bello of Fikkie me aan. Of ik dat ook even wil doen, dat met die hand. Gestommel. Een mannenstem. Voetstappen zakken langs de keuken over de trap.
“Paul.”
Een half blote knappe man met een onregelmatig gezicht stelt zich vriendelijk voor. Ik herken hem in een flits. Groter dan zijn zoon. Ruwer.
“U bent de vader van Jesse,” zeg ik.
Zijn donkerblonde haar net zo slordig als dat van Jesse.
“Ja, dat is U,” plaagt hij. “En jij bent van Jesse?”
Een zangerig Fries accent verraadt dat hij niet altijd achter deze deur aan het Damrak heeft gewoond.
“Ik had vroeger wat met Jesse,” zeg ik. Vroeger.
“Dat is vast al weer een tijd geleden,” besluit Paul. “Hij heet nu Jonathan.”
Paul houdt een fluitketel onder de kraan, gooit de kraan open en wacht tot de krachtige stroom de tuit heeft gevuld. Hij werpt me een spannende John Malkovich glimlach toe. Tevreden stel ik vast dat die schoonheid van Jesse dus echt niet bij die stomme moeder vandaan kwam. Die helaas ook erg mooi was maar dat gaf ik nooit toe.
Pauls buik golft terwijl hij heen en weer loopt, een pak koekjes opent, er twee pakt en de rest op tafel zet. De band van zijn jeans laag op zijn heupbotten. Hoeveel mannen hebben die blonde buik wel niet naar beneden toe gezoend? Totdat ze de knoop en de rits openden?
“Jesse zei dat jij homo bent,” flap ik eruit.
Het woord homo valt op het moment dat Benjamin binnenkomt.
“Daar had Jesse helemaal gelijk in,” antwoordt Paul.
Hun blikken klikken in elkaar. Een protesterende steek in mijn buik.
“Sorry,” richt Benjamin zich tot mij. “Ik had het moeten zeggen.”
Hij schuift bij aan tafel.
Benjamin hoort dus bij Paul. Hij is één van die monden op die buik.
Het gas blaast. Gerinkel van servies als Paul kopjes pakt. Uit een bus uit de vensterbank komt thee.
Gedrieën knabbelen we koekjes tot de thee is afgekoeld.
“Je kijkt een beetje sip,” breekt Paul de stilte.
“Eh, ja….ik wist niet dat jullie…..” peuter ik mijn woorden.
“We hebben een leuke avond gehad,” zeg ik maar.
Benjamin probeert oogcontact te maken, maar ik weiger. Met muizenhapjes wijd ik me aan mijn derde chocoladechip cookie.
Vederlicht strijkt Paul twee vingers over mijn wang. Hem moet ik wel aankijken.
“De leuke avond hoeft toch niet te eindigen?”
Weer die blik tussen Paul en Benjamin. Blijkbaar ben ik al besproken toen Benjamin en Paul boven waren.
“Ik wil trouw zijn aan mijn vriendje,” zeg ik.
En ik vrees dat Paul zelfs dat al heeft gehoord.
“Ga je nog steeds mee douchen?” vraagt Benjamin.
Pauls gezicht klaart op.
“Dat klinkt goed!”
Hij staat op en begint de tafel leeg te ruimen.
“Benjamin is namelijk echt een hele mooie jongen.”


D o u c h e n  R e p r i s e

De badkamer is klein. Sierlijk trekt Benjamin het olijfgroene shirt over zijn hoofd, opent de jeans, en stapt zijn enkels uit zijn broek. Ik wil hem aanraken. De gladde bruine huid voelen. Een kusje geven op de platte buik. De buik verdwijnt als hij vooroverbuigt en ik krijg er een volmaakt egale pik voor terug. Onhandig begin ik me uit te kleden.
“Mooi,” strijkt Benjamin langst mijn ontwikkelde triceps.
Schuldbewust schrik ik weg.
“Sportschool,” antwoord ik.
Gisteren hebben Joep en ik gebenchpresst.
Om beurten staan we onder het warme water. Het water volgt de lijnen van zijn borst. De golven in zijn buik. Benjamin draait. De stroom vloeit over zijn rugspieren tussen zijn billen.
“Weet je,” begin ik voorzichtig. “Paul hè…”
Verwoed zoek ik naar een grapje. Een brutale houding of iets onschuldigs.
“Ja?” vraagt Benjamin.
We wisselen. Het water valt in een zware regen over me heen. Benjamin spuit shampoo in zijn hand.
“Nou, jij en Paul, hebben jullie dan-”
Roerloos hangen mijn woorden in de stoom. Benjamin begint zwijgzaam mijn haar te wassen.
“Paul is mijn vriend,” verklaart hij alleen.
“Ja, maar met seks enzo..”
Weer droogt mijn nieuwsgierigheid halverwege op. Benjamins vingertoppen masseren mijn hoofdhuid.
“Of ik anale seks heb?” verlost Benjamin me van mijn gehakkel.
Ik knik mijn gezeepte hoofd.
Ja, dat.
Benjamin glimlacht flauw.
“Niet echt. Verder dan een vinger of een tong hoeft het van mij niet te gaan.”
Ik staar hem met grote ogen aan. Een tong? Zelfs Reve en Wolkers hebben het daar nooit over gehad.
“Draai je eens om. Ik moet je haar uitspoelen.”
Ik houd mijn hoofd iets naar achteren. Benjamins handen strijken het water minutenlang over mijn oren en langs mijn nek totdat hij eindelijk de kranen dichtdraait. Zijn lange lichaam rekt zich uit. Van een hoge plank pakt hij twee badlakens die zo groot zijn dat we er als kinderen onder verdwijnen. Een grote badstof cape vanaf de schouders naar beneden. Behoedzaam beginnen we ons af te drogen, draaiend om onze as. Van boven tot onder, zonder diep te bukken, schermen we met onze handdoeken en vermijden iedere aanraking. Het kleine badkamertje vult zich met het gepiep van onze natte voeten op de tegels. De spiegels zijn beslagen. Af en toe striemt een vochtige handdoek dof tegen de wastafel of het glazen deurtje van de douche.
Benjamin staat achter me. Dan voel ik zijn handen op mijn heupen. Vederlicht. Ik stop met afdrogen. Ik wil dat hij doorgaat, maar hij houdt stil. Wachtend op mijn instemming.
“Nee,” zeg ik heel zacht.
“Alsjeblieft,” voeg ik toe.
Ik weet zelf niet eens of ik Alsjeblieft wel of Alsjeblieft niet bedoel, maar Benjamin stopt. De handen gaan weg. De plotselinge kou die ik voel, wrijf ik met de handdoek weg. Uit Benjamins tas komt een onderbroek, en één uit die van mij. Natte handdoeken belanden naast de wasmand.
“Klaar?” haalt hij de deur van het slot.
Ik klem de bundel kleren tegen mijn buik en trippel naar buiten. Paul ligt op zijn zij, hand onder zijn hoofd, elleboog in het kussen. Uitnodigend slaat hij de dekens open.

<3

De rest al gehad? Trust me: na het zojuist gelezen hoofdstuk is dit hét moment om te beginnen bij de proloog 1991. Just saying!

Mango is tijdelijk online, uiterlijk tot het papieren boek er is.
Ik plaats nieuwe delen ook op Twitter en mijn Facebook pagina

Mango, een novelle. Deel 5 | Vroege lezers editie

Mijn naam is LS Harteveld. Ik drink niet, ik rook niet, ik eet sinds dit weekend geen suiker
maar ik schrijf wel over seks. Juist nu, zal ik maar zeggen!
Vanaf 1 juli 2016 plaats ik iedere dag een deel online. Deze publicatie van Mango is tijdelijk, maar compleet: je mag echt gratis meelezen tot het zinderende einde. Laat je email adres achter voor korting, juicy stuff & de andere gratis boeken.

C o n c e r t

Live concerten zijn als seks: zo geweldig dat je niet begrijpt waarom je ‘t niet vaker doet. De muziek van Lenny Kravitz zweept op vanaf de eerste klanken en wordt bij ieder nummer beter. Lenny valt een beetje tussen mijn vriendengroepjes in. Ik ben alleen gegaan maar dat is hier niet erg. Iedereen is vriendelijk en praat met elkaar. Ik heb een jongen leren kennen. Met lange solo’s troeven de bandleden elkaar af, en worden om de beurt voorgesteld.
“Kijk eens dame,” houdt iemand een biertje voor mijn neus.
Ik draai me om en kijk in de donkere ogen van Benjamin. Zijn tanden glimlachen in het donker.
“Niemand stoot jou meer aan.”
Mijn vorige beker kwam op de vloer, op Benjamins spijkerjack en in mijn haar. Hij pakt zijn pakje shag. Met zijn armen om me heen draait hij een blowtje. De geur van wiet vergezelt ons voor hij hem opsteekt.
Bekende nummers trekken voorbij. Lenny heeft twee cd’s en de zang van het publiek ondersteunt de ballads en refreinen. Let love rule de onvermijdelijke afsluiter. Benjamins armen liggen om me heen en ik reik naar boven en naar achter. Mijn handen palmen zijn zwarte haar dat in een stug staartje zit, laag in zijn nek. Zijn lippen kietelen mijn oor en af en toe trekt hij me heel licht naar hem toe en duw ik mijn heupen naar hem. Donker en anoniem worden we ingesloten door de zaal vol fans. Gekleurde lichtbundels stralen door dikke grijze walmen.
Na de toegift doven de podiumlampen. Langzaam komt de zaal in beweging. Benjamin en ik staan nog steeds tegen elkaar als de zaallampen aan gaan. Voorzichtig draai ik me om, en laat hij me los.
“Hé, Benjamin,” zeg ik.
Zijn huidskleur is warm bruin en zijn ogen zijn in het licht net zo donker als daarnet.
“Dat was een mooi concert,” concludeert hij. “Zullen we wat gaan drinken?”
Mijn laatste trein gaat om 01.00 uur, naar een vriendin in Hilversum. Dat red ik nog wel.
“We kunnen naar hun hotel,” zegt Benjamin. “Is wel even lopen.”
De nacht slaat koud in onze gezichten. We lopen stevig door langs de grachten. Af en toe spiek ik naast me.
“Ben je geadopteerd?” daag ik Benjamin uit.
“Nee, mijn moeder komen van Sint Maarten.”
Daar schiet ik natuurlijk niets mee op. Op de Antillen wonen heel veel verschillende donkere mensen. Dat weet ik nog van Michael.
Een deur gaat open en twee mannen vallen schreeuwend op straat.
“Je moet je bek houden jongen! Bek houden!”
Twee uitsmijters toornen hoog boven het tweetal uit. Een uitsmijter schopt een man die op de tegels ligt. Benjamin loodst me een zijstraat in.
“Je kunt toch eerste hulp?” zeg ik.
Benjamin studeert geneeskunde. Hij slaat een arm om me heen en trekt me even tegen zich aan.
“Ik onderzoek je liever als er niks aan de hand is.”
Donkere dokter Benjamin in een witte jas. Welke ingrepen zou ik niet opwindend vinden, als hij ze deed?
“Drugs,” zegt hij ineens.
Ik kijk hem vragend aan.
“Die tent. Er wordt gedeald. Geen normaal mens gaat erheen.”
Ik knik ernstig.
We zijn allebei in gedachten verzonken als we een majesteuze blauwe loper oplopen. Ineens staan we in een hoge lobby. Een man met concertpasjes om zijn nek vraagt hoe de telefoon op zijn kamer werkt. Twee blonde vrouwen zitten op een bank.
“Mogen we hier zomaar komen?” vraag ik Benjamin.
Met mijn leren jack voel ik me een beetje opgelaten. Mijn zwarte rugzakje bungelt zo elegant mogelijk aan één hengsel over mijn schouder, maar het is geen handtas. Ik kijk naar de blonde vrouwen. Hun haar valt soepel over hun schouders. Ik strijk door mijn plakkerige krullen.
“Ik wist niet dat bier zo kon plakken,” verafschuw ik.
“Ik zou willen dat we hier een kamer hadden zodat we konden douchen.”
De bediende achter de balie zoekt paniekerig door een rommelige map. Een piccolo staat met zijn rug naar ons toe. Benjamin knikt naar een de gang.
“Kom maar.”
Hij gaat me voor, het dames toilet in. Er is verder niemand. Het licht is gedempt.
“Ik kan hier mijn haar niet schoonmaken,” beslis ik. De kranen zitten laag boven de ovalen wasbakken. Aan de marmeren muur hangt een blower. Er zijn geen handdoekjes.
Benjamin tovert een grove kam en een zwart elastiekje uit zijn broekzak.
“Laat mij maar,” zegt hij.
Geduldig kamt hij mijn plakkerige haar en ontwart het stukje bij beetje totdat de kam er soepel doorglijdt. Hij trekt een scheiding. Ik hap naar adem. Een scheiding is natuurlijk volstrekt debiel. Behendig bindt hij mijn knotje vast.
“Je bent klaar,” kondigt hij aan.
Ik kijk in de spiegel om hard te gaan roepen dat dit er belachelijk uit ziet, maar ben sprakeloos. Mijn peroxide blonde coupe ziet eruit alsof ik uit een jaren 50 film ben gestapt. Benjamin gaat vlak achter me staan. We maken een mooi beeld in de spiegel. Donker en licht, een echte Benetton reclame.
“Als je wilt, mag je bij mij douchen,” zegt zijn spiegelbeeld.
Hij strijkt over mijn nieuwe kapsel.
“Kunnen we elkaars haar wassen,” voegt hij toe.
“Ik heb een vriendje,” antwoordt mijn spiegelbeeld.
Mijn ogen branden. Een vlaag van spijt trekt over mijn gezicht. Hij knikt langzaam voor hij antwoordt.
“Toch wil ik graag met je douchen.”
Ik heb Joep nooit bedrogen. Ik zoen niet eens met andere jongens. Niet meer met Frank, niet met Henk, en ik heb Dieter al een jaar niet gezien. En altijd als Mees, het leuke 16 jarige broertje van Francien langskomt dan ga ik het huis uit. De eerste keer dat hij met zijn lange piek pony en een skateboard onder zijn arm bij ons in de gang stond wilde ik hem spontaan meenemen naar bed, uitkleden, en er nooit meer uitkomen. Allemaal niet.
“Alleen douchen dan,” antwoord ik.
Dat is geen vreemdgaan. De mensen in de Benetton reclame lachen.
In de lobby wemelt het met mensen met pasjes om hun nek. Band en crew. Uitgelaten praten ze door elkaar. Eén man is groot en zwart, en zwaar als een koning uit een Disney film. Zulke dikke mensen heb ik in Afrika nooit gezien. Twee anderen zijn klein en hebben ronde gezichten, als de mensen bij ons uit het dorp. Een man heeft statige trekken en vurig donkere ogen. Als de trotse nomaden uit de woestijn die in de stad hun vee verhandelden. Benjamin is lichter en hij heeft Westerse trekken. Buiten staan de fans die later kwamen. Benjamin wijst naar een hoek waar niemand zit.
“Zo terug,” zegt hij en verlaat me voor de bar.
Ik zak diep weg in het rode leer van de bank.
“Hi baby, are these seats taken?”
De saxofonist pakt de fauteuil naast me. De band verspreidt zich Nice to meet you-end over de bank, de vloer, de salontafel. Lenny en twee roadies op een bank ver weg. Benjamin duwt een biertje in mijn handen, en geeft direct zijn eigen drankje aan de saxofonist.
“You were great!”
De grote man neemt het lachend aan.
Benjamin praat met de saxofonist en ik met de anderen. Iemand komt terug van zijn hotelkamer en berekent dat hij net voor 200 gulden heeft verbeld met thuis. Hij mist zijn vrouw. Ze hebben net hun eerste kindje gekregen.
“Those toes man. When your baby is born and you see the toes that is the best thing in the world.”
Hij lijkt het te menen.
“Do you have children?” vraagt hij.
Dikke buik. Bevalling. Uitgescheurd zijn en nooit meer een strak poesje hebben.
“I am nineteen,” verontschuldig ik.
Een paar mannen lachen me bemoedigend toe.
“Well, it’s your choice. Ladies choice,” zegt er één.
“What mamma wants happens,” zegt een ander.
“Does your boyfriend want children?” vraagt de derde.
Benjamin kijkt op en ik kijk weg.
Als de bandleden met elkaar in gesprek zijn, schuif ik op naar Benjamin. We zwijgen in kleermakerszit.
“Ik heb niet gezegd dat je mijn vriendje was,” begin ik.
“Weet ik. Maar wil je echt geen kinderen?”
Ik schud mijn hoofd. Nee, ik wil ze echt niet. Hij kijkt me aan, haalt een plukje haar uit mijn gezicht en strijkt het achter mijn oor.
“Een vrouw kan haar allerdiepste orgasme krijgen tijdens haar bevalling. Wist je dat?”
Nee, dat wist ik niet.
“Leer je dat bij je studie?”
“Nee. Daar leer ik weinig nuttigs.”
Zijn stem is zacht.
“Heb je wel eens een inwendig onderzoek moeten doen?” vraag ik.  Spijt bloost over mijn wangen. Iedereen weet dat je dat soort dingen nooit mag vragen. Dat is onvolwassen en kinderachtig.
“Ja,” zegt hij. “Geoefend. Die vrouw zegt dan wat je moet doen.”
Mijn mond valt open.
“Met vier anderen. In de avonduren.”
Behendig keert hij de vraag om.
“En jij? Wel eens gehad?”
Ik knik.
“Door een man of een vrouw?” vraagt hij door.
“Beide.”
“En?”
“Ja wat en? Wil je details of zo?” bijt ik van me af.
Benjamin hoort bij hun. Bij de Rutgersstichting, huisartsen, schooldokter. Benjamin blijft rustig.
“Je begon er toch zelf over?”
“Ik vind ’t gewoon pervers. Dat een dokter me onderzoekt. En dat jij met je medestudenten in zo’n hokje staat te wroeten. En nu ga je natuurlijk zeggen dat ik me aanstel.”
Nu is het zijn beurt om geïrriteerd zijn.
“Dat zeg ik helemaal niet,” schudt hij zijn hoofd weg. “Als kind kreeg ik ook een onderzoek. Het zal wel nodig zijn geweest. Zo gaan die dingen.”
Zijn zwarte wenkbrauwen kijken ontevreden.
“Jezus, het is te laat voor dit soort gesprekken!”
Gelukkig. Hij lacht weer.
“Zullen we gaan?” vraagt hij.
Zijn tanden zijn prachtig wit maar hebben iets onregelmatigs wat ik niet kan benoemen. Het moet dus heel klein zijn, maar ik zie niet wat er anders is.
“Nou?” vraagt hij. “Ga je mee?”
Twijfelend glijdt mijn blik door de lobby. Lenny Kravitz staart naar me terwijl hij doorpraat met zijn manager. Het lijkt of hij knikt.
“Even die vriendin bellen dat ik niet kom logeren.”
 

Mango is tijdelijk online, uiterlijk tot het papieren boek er is.
Ik plaats nieuwe delen ook op Twitter en mijn Facebook pagina

Mango, een novelle. Deel 4 | Vroege lezers editie

Mijn naam is LS Harteveld. Ik drink niet, ik rook niet, ik eet sinds dit weekend geen suiker
maar ik schrijf wel over seks. Juist nu, zal ik maar zeggen!
Vanaf 1 juli 2016 plaats ik iedere dag een deel online. Deze publicatie van Mango is tijdelijk, maar compleet: je mag echt gratis meelezen tot het zinderende einde. Laat je email adres achter voor korting, juicy stuff & de andere gratis boeken.

O n t m a a g d i n g

Het is zaterdagmiddag. Joep en ik draaien sjekkies, bloot op de bank. Het dekbed ligt als een wolk over ons heen. Tussen mijn benen is het nog vochtig. Ik zou zo nog wel een keer kunnen. We hebben twee keer geneukt. Eigenlijk hebben we het aan één stuk door gedaan, en is hij twee keer klaargekomen. Ik natuurlijk veel vaker. Tevreden kijk ik naar de eettafel waar ik net nog op lag. Eerst voorover, en hield ik de randen van de tafel vast. Later lag ik helemaal achterover, mijn benen tegen zijn schouders. Wat is neuken toch goddelijk lekker. Onze vloeitjes knisperen als we de aansteker erbij houden. De eerste weken lukte het niet, wilde zijn pik er niet in. Net als bij Michael. Ik inhaleer diep en adem door mijn neus weer uit. Tijd voor een bekentenis.
“Weet je Joep, dat ik voor jou nog maagd was.”
Het is even stil.
“Ja, zoiets dacht ik al,” geeft hij toe.
“Maar het deed geen pijn hè?”
Nee, het deed absoluut geen pijn.
“Je vorige vriendje heette Jesse, toch?”
“Ja, maar daar heb ik het niet mee gedaan.”
Ik had op één januari samen met Dieter besloten dat een vingerkootje diep niet telde. Iets na middernacht was Jesse weg gegaan, en had hij Dieter naar mij gestuurd. Die stelde vragen als “Heeft Jesse iets tegen je zin in gedaan?” en “Hoe diep is hij erin gegaan?”
Mijn antwoorden zaten tussen de klappertand- en huilbuien door. Het duurde wel even voor hij er chocola van kon maken.
“Goed gedaan,” zei hij uiteindelijk gerustgesteld. “Je bent nog steeds maagd.”
En hij kuste mijn wang, die nog net boven het randje van het dekbed uitkwam.
“Maar ik voel me niet goed Dieter, echt niet,” rilde ik.
“Als je wel had geneukt had je je nog veel slechter gevoeld.”
“Waren jij en Jesse nog niet aan seks toe?” vraagt Joep.
“Jawel,” knik ik. “Maar hij maakte het uit. En daarna wilde ik niet meer. Jesse was mijn maagdelijkheid niet waard.”
Dieter, al mijn vriendinnen en mijn moeder waren even opgelucht dat ik als maagd 1990 was ingegaan.
“Dus Jesse had het uitgemaakt en daarna wilde hij neuken?” vat Joep het samen. “En jij was nog maagd.”
“Ja. Zo was het,” knik ik starend.
Joep is eerlijk en trouw, en hij houdt van mij.
“Je was heel gek op hem hè?” vraagt Joep.
Bevestigend neem ik een trekje van mijn sjekkie. De rook vervliegt.
“Nou ja, het was jou keuze,” zegt hij. “Je zult wel gelijk hebben.”
En hij slaat het dekbed open en begint de rondslingerende kleren aan te trekken. Binnen één minuut inhaleer ik vijf trekjes van mijn sigaret.
“Wat bedoel je daarmee? Dat ik het wel met Jesse had moeten doen?”
“Je was toch gek op hem?” vraagt Joep.
Hij steekt voeten met witte sportsokken in zijn grote basketbal schoenen en vetert ze krachtig dicht. Mijn longen spannen zich om een nieuw trekje dat ik halsstarrig weiger uit te ademen.
“Ga je mee? We kunnen nog net een uurtje naar de sportschool voor je moeder komt.” 

S t a m p

Joep kookt altijd zelf. Groenten die nog gesneden moeten worden, vlees dat hij zelf kruidt en aardappels die eerst een dompelbad nodig hebben om het zand eraf te halen.
“Eefje kookte nooit, dus ik moest wel,” zo verklaart hij zijn inspanningen.
Eefje is zijn vorige vriendin met wie hij samenwoonde. Maar de meeste mannen leren nooit koken ongeacht hoeveel Eefjes niet voor hen zorgen.
Vandaag eten we stamp. De dunschiller maait razendsnel door zijn handen en de aardappels springen blank de grote pan in. Om zeven uur gaat de bel. Ik neem de telefoon op naast de voordeur en druk op de sleutel om mama binnen te laten.
“Vierde verdieping,” geef ik door.
De buurt is lang niet zo slecht als iedereen denkt, maar ik wil niet dat ze verdwaalt. Met haar armen vol cadeautjes en een zelfgebakken appeltaart stapt mama over de galerij. Cadeaulintjes wapperen in de ijzige wind en aluminium folie fonkelt in het donker. We hangen haar jas op en de katten draaien achtjes om haar benen.
“Hè, wat is het hier lekker warm,” zucht mama.
Joep heeft de stamp bijna af. Er liggen placemats. Hij heeft kaarsjes aangemaakt. Sfeerlampen hullen de kamer in een zachte gloed. Er is ook een grote lamp aan het plafond maar die mag bijna nooit aan. Ik heb er een paar weken geleden hoogstpersoonlijk een 90 Watt lamp ingedraaid om te studeren. Het is december, het is vanaf vier uur al donker. We schurken ons aan de donkere tafel met de eenvoudige stoeltjes. Joep zet de pan op tafel en schept op.
“Wat een lekkere boerenkool,” zegt mama verrukt. “Dat lukt bij mij nooit zo goed.”
Haar boerenkool is droog, de aardappels brokkelig. Hollandse gerechten zijn niet haar sterkste kant.
“Er zit een scheutje azijn in,” verklapt Joep.
Na het eten maakt Joep koffie. Mama tovert uit haar tas een beker slagroom die we met de garde opkloppen. We schenken de koffie, snijden de taart en kiezen dus slagroom op de taart, op de koffie of allebei. We roken een sigaretje en mama rookt er eentje mee.
“Ik had nog een cadeautje voor je gekocht.”
Joep krijgt een live cd van Queen die pas net een paar dagen uit is. Volgens hem is Queen “gewoon heel goed” maar ik vind ‘t toch een beetje oude lullen muziek. Joep bedankt mijn moeder uitvoerig.
“En nog een cadeautje voor jou,” reikt mama een pakje aan.
Het is glanzend nachtblauw papier met zilveren sterren en er zit een zilveren lint omheen.
“Omdat hij vol was.”
En daardoor weet ik al wat er in zit.
“Oh, dank je wel!” roep ik.
Toen ik twaalf was kreeg ik mijn eerste dagboek, vlak nadat papa was overleden. Ik ritsel het pakje open en vind een fluweel nachtblauw dagboek. Achter de band met het slotje zit een bolle vulpen geklemd.
“Dank je wel lieve mama,” knuffel ik haar.
“Graag gedaan lief kindje.”
Ze weet dat ik graag de woorden mama en kindje hoor, ook al ben ik daar te groot voor. Ik ben benieuwd of mijn vader ook zo geduldig papa-kindje met mij had gespeeld. Of dat hij had gevonden dat als je 18 bent, het dan wel welletjes is.
Rond een uur of tien vertrekt mama. Joep begint aan de afwas en ik installeer me met mijn nieuwe dagboek. De pen popelt tussen mijn vingers. Ik blaas op het dopje. Mijn oude dagboek begon toen ik net wat met Jesse kreeg. Op één van de eerste pagina’s zit een leeg zakje shag geplakt van het feest waar we elkaar leerde kennen. Door een heel klein gaatje in het plastic is het papieren binnenzakje eruit gepeuterd. “Jesses werk” staat erbij. Er zitten ook zwart wit foto’s in die ik van Jesse heb gemaakt.
“Joep, zal ik dit dagboek aan jou opdragen?” roep ik.
Het kraanwater stroomt en Joep heeft zijn nieuwe cd opgezet.
“Hoe bedoel je?” klinkt het vanuit de keuken. “Wat betekent dat dan?”
Onze stampbordjes zinken af in de gootsteen. Ik heb nog nooit een dagboek aan iemand opgedragen.
“Dan mag jij het lezen,” zeg ik, terwijl ik opsta en op mijn sokken de keuken inloop.
“Iedere dag begint dan met Lieve Joep,” sla ik vanachter mijn armen om zijn grote lijf.
Ik rust mijn hoofd op zijn stevige rug.
“In dat geval lijkt ‘t me een geweldig idee,” zegt hij.

D u b b e l  F e e s t

De keuken van Henk en Daniëlla ruikt naar speculaas. Samen met Joep en Peter snoep ik vers gemaakt snoepgoed. Daniëlla heeft de hele middag in de keuken gestaan.
“Goed gelukt. Lekker zacht van binnen,” roem ik haar borstplaat.
Daniëlla lacht trots.
“Ik wilde dat Henk zijn verjaardag eens ging vieren.”
Als kind was Henks verjaardag al nooit zo leuk omdat het praktisch samenviel met Sinterklaas, en nu met Wereld AIDS dag. Dit is de eerste keer in vier jaar dat hij het viert. Vorige week wilde hij alsnog afzeggen nadat Freddie Mercury bekend maakte aids te hebben, en een dag later overleed. We hadden hem met z’n allen overgehaald, maar ik was de enige die wist hoe beroerd hij zich moest voelen. Dat los je niet op met een paar pepernoten.
“Neem de schalen maar mee,” sleept Daniëlla ons de keuken uit.
In de rokerige woonkamer staat een groepje studenten bij het dartbord lawaaiig te twisten over een pijltje dat wel of niet vast zat in de roos voordat het op de grond viel. Peter en Joep mengen zich opgelucht tussen de verhitte studenten. Er zijn dus nog meer heteroseksuelen.
“Hoi!” begroeten de vrolijke blonde krullen van Sanne mij.
Ze is niet gaan studeren en woont in het Westen met haar vriend Frans die piloot is. Deze zomer gaat ze trouwen.
“Koek?” antwoord ik glimlachend.
De schaal valt bijna uit mijn handen als we tegen de muur gaan zitten.
“Komt Francien ook?” vraagt Sanne.
Ik knik. Ik woon bij Francien in huis. Ze heeft mij voorgedragen toen er een kamer vrij was, en ik was “de allerleukste” op de hospiteer avond.
“Francien werkt bij de Italiaan. Ze komt als ze klaar is.”
Sanne wil alles weten over mijn studie maar ik kan er niet zoveel over vertellen.
“Veel jongens,” gooi ik op. Een open deur want bij alle technische studies zit je met één op tien. Sanne werpt een blik richting het groepje dartende jongens.
“Francien zei altijd dat het nooit lang zou duren tussen jou en Joep. Dat hij misschien je eerste was, maar dat jij toch niet trouw kon zijn.”
Ik trek mijn wenkbrauwen op.
“Ik ben mijn hele leven nog nooit vreemd gegaan,” antwoord ik naar waarheid.
“Typisch Francien om zoiets te zeggen. Joep en ik zijn 1,5 jaar samen.”
Sanne staart verdrietig.
“Je weet toch dat iedereen me Sanne Slet noemde hè?”
Tot de derde zat Sanne bij me in de klas. Dansten haar blonde krullen in onze drom door de gangen op weg naar het volgende uur. Tikten haar vrolijk gekleurde nagels tijdens wiskunde tegen de geodriehoek. Dook ze met haar vijl op het schoolplein in een gettoblaster van een groep Antilliaanse jongens en liet ze zien hoe je met wat simpel vijlen zo’n machine gewoon weer aan de praat krijgt.
“Kijk die ionen, die moeten wel kunnen stromen hè?” schuurde ze een lekkage weg.
Maar voor de meesten was ze dus Sanne Slet.
“Ja, ik weet dat je zo genoemd werd,” geef ik toe. “Het spijt me.”
“Ach, het klopt ook wel,” bestudeert Sanne haar nagels. “Ik heb veel jongens gehad. Ook een jongen die eigenlijk met Francien ging, en toen heeft zij die naam bedacht.”
Francien? Francien heeft de naam Sanne Slet bedacht die onze hele scholengemeenschap gebruikte?
“Jezus Sanne. Dat heb je nooit gezegd,” kook ik van woede.
“Waarom heb je nooit vertelt dat Francien ermee begonnen was?’
Sanne haalt haal schouders op.
“Toen ik ‘t met haar had goedgemaakt was het te laat.”
En ineens speelt er rond haar lippen een ondeugend glimlachje. Het glimlachje dat regels ontloopt. Dat tekeningen van bloemen op haar onderarmen maakt voor iedere gymles omdat ze er anders zonder sieraden en in een schoolshirt kleurloos uitziet.
“Weet je,” zegt ze ineens op een samenzweerderig toontje. “Heb jij wel eens anale seks gehad?”
Quasi verontwaardigd maak ik een gebaar naar alle homoseksuele mannen die om ons heen dansen, smoezen of zoenen.
“En dat vraag je aan mij?”
“Wij zijn meisjes,” grinnikt Sanne. “Dat is anders.”
Al vanaf mijn eerste boeken over homoseksualiteit lees ik erover, maar ik heb het er nog nooit over gehad. Zoiets doe je gewoon niet. Niet als meisje.
“Nooit,” zeg ik beslist. “Jij?”
“Ja!” zegt ze.
Ze slaat haar handen voor haar mond. Samen laten we ons gillend tegen de muur aan vallen.
“Nee, echt?”
Fluisterend kruipen we bijna in het behang zodat niemand ons hoort. Ze was er nieuwsgierig naar en had al dagen op Frans gewacht. Toen hij na een week Intercontinentaal vliegen eindelijk thuis kwam, was ze zo geil dat ze zich op haar buik had gedraaid en er onomwonden om had gevraagd. Met gevulde speculaas en een nieuw biertje verwerken we haar experiment.
“Denk je dat jij dat ook een keer gaat doen?” vraagt ze.
Ik kijk weer naar Joep. De studenten eten uit zijn hand.
“In ieder geval niet met Joep,” voorspel ik.
“Die wist niet eens dat dat kon. Ik heb er een grapje van gemaakt. Hij wist ‘t echt niet.”
Sanne knikt peinzend.
“Als je het wil moet je het doen,” veegt ze onze speculaas kruimels van het matras.
“Joep wil dat heus wel voor je doen.”
Ik sla mijn armen om haar heen sla en geef haar de allergrootste knuffel zonder dat het lesbisch wordt.
“Sanne, je bent zo geweldig dat je het zelf niet weet.”
Gniffelend laat ze zich bedelven.
“Het deed heel zeer hoor. Ik doe ‘t echt nooit meer.”

 

 

Mango is tijdelijk online, uiterlijk tot het papieren boek er is.
Ik plaats nieuwe delen ook op Twitter en mijn Facebook pagina