De Candystop, aflevering 1. De koek is op

Je wordt nog eens een zuurtje

De Candystop
Eerste druk
© 2017
alle rechten voorbehouden

Om de privacy te waarborgen zijn namen, data, gebeurtenissen en plaatsen gewijzigd. Dit boek bevat fictie en is niet bedoeld voor waarheidsvinding.

 

All the suckers are not what we sell in the store
Chocolate kisses so good
You’ll be beggin’ for more
Don’t pretend you’re not hungry
There’s plenty to eat
Come on in to my store,
’Cause my sugar ’s so sweet

Candy Shop, Madonna

zaterdag 21 september 2013

Al jaren afgeknelde vingertoppen en tenen. Reumatische kootjes. Steken bij mijn lever, rechternier, of rechtereierstok daar wil ik vanaf zijn. Pijn in mijn kaak linksboven, rechtsonder. Net als vorig jaar, beginnen mijn klieren op te zetten. Verkrampte kuiten. Er moest iets gebeuren. In mijn droom kleefden mijn kaken aan elkaar van harde nougat die naar zeep smaakte. Toen ik om half drie verstijfd van angst in dat lugubere niemandsland hing, poltergeists zweefden door het raam naar binnen, wist ik het.
Ik stop met suiker.
Ik stop met melk en daarmee ook met koffie, want koffie zonder melk is VIES.
Ik stop met alcohol bij avondjes uit, met taart op verjaardagen, met ijs wanneer het warm is, met de snoeppot na het vrijen, met bakjes mokkaboontjes met rozijnen na iedere maaltijd, met Zeeuwse bolussen en brownies en al het andere zoet dat Marieke en ik kopen om ieder samenzijn luister bij te zetten. Voor Marieke ga ik zelf bakken. Want honing, agavestroop en palmsuiker mogen wél. Termijn: minimaal één maand.
Van opwinding woelde ik tot het ochtendgloren door mijn bed, tot groot chagrijn van mijn katten.

trein naar nicht

De trein. De trein waar ik altijd cappuccino’s drink met een driedubbel gevuld chocolatechip cookie want dat was in de aanbieding. Of misschien niet in de aanbieding maar dan toch in elk geval heel goedkoop. Of een chococroissant. Of een muffin. Of misschien op de overstap een tweede cappuccino met een appelflap. Op zo’n trein zit ik dus. Met een dagboek om in te schrijven, een manuscript om te redigeren en een cadeau exemplaar van Vijftig Tinten Grijs voor een nichtje dat vandaag eenentwintig wordt. Ze dreigde dat er de hele dag taart was. Wij zijn belast met het banketbakkers-gen, dus ik vrees dat ze het meent.

trein terug

Yes! Het huisgemaakte appelgebak, de monchoutaart, de witte wijn, de chocorozijntjes én alle grappen weerstaan. Iemand riep:
“Er zit geen suiker in!” toen ik een loempia weigerde.
Eerste proeve van bekwaamheid. Rond het avondeten ging men eten halen bij de Aziaat, geroemd om onder meer de mesverse sushi en de hoeveelheid onversneden liefde waarmee het eten werd bereid. Maar ik wist dat op dribbelafstand beste friettent van de stad zat.
Handgesneden en Belgische mayo.
Dan krijg je mij niet meer aan de vis.
Terwijl een aantal mannen erop uitging om het eten te halen, liet mijn nicht haar bezoek in de steek en loodste ze mij naar buiten. Op de vers afgemetselde boulevard at ik mijn friet met mayo (“Daar zit wel suiker in!” “Weet ik!”) en wees mijn nichtje drie sportscholen aan waar ze trainde, had getraind of ging trainen, één oud pakhuis waar ze wel zou willen wonen, een complex waar de appartementen acht ton kosten en een stadspoort waar er in de middeleeuwen zeven van waren. Binnenkort komt ze bij mij omdat ik had opgeschept dat ik nooit meubels koop en mijn tuin is teruggegeven aan de natuur.

zondag 22 september

Verslapen. De laatste keer dat ik zo doodmoe was herinner ik mij alleen van een integrale dag Efteling. Misschien loop ik normaal op suiker en koffie.. Oh wacht! Ik loop normaal ook op suiker en koffie. Die vrijdagnacht zonder slaap bijt mij ook lelijk in de kont. Gelukkig was er op deze trage ochtend mijn magic juice, een gekookt ei en toast met roomboter en zout, om voor op te staan. Als ik ooit in de gevangenis kom ga ik dat het meest missen.
Slecht eten is een straf. Dat en slecht gezelschap. Toxic food + toxic people = een som die te allen tijde zo laag mogelijk dient te blijven. Zo mijd ik ook cafés waar men niets kan eten (Nee, pinda’s tellen niet), doe ik geen bruiloften, en zou ik uitsluitend mee doen aan Expeditie Robinson als kannibalisme oogluikend werd toegestaan.

trein naar tante in hospice

Straks fikt mijn keuken af. Mijn huis. Soms vraag ik mij af of ik ook neurotisch de gaskraan, het fornuis, de thermostaat, de koelkastdeur, het badkamerraampje én het koffiezetapparaat zou controleren als er niet bij vertrek vier glanzend bolle kattenogen mij indringend aankeken. Ik zou in ieder geval een stuk rustiger in de trein zitten na het koffieshot met pure cacao en ongezoete sojamelk dat ik net heb gehad (gebrouwen op dat fornuis dat natuurlijk gewoon uitstaat).
Even overwoog ik er een rijpe banaan door te blenden om de bittere smaak te compenseren. Heiligschennis. Op de dag des oordeels zal wie zijn voedsel tot babypulp maalt zonder tanden Het Koninkrijk des Heeren binnengaan. Ik besloot voor vandaag op safe te spelen en de banaan los op te eten.
Het onregelmatig geschommel van de stoptrein.
Het gezellige zoemen van de motor.
Voel mij wakkerder dan ik in dagen geweest ben. High. Cacao en koffie worden mijn beste vrienden deze suiker- en melkvrije maand.

12.00

De horror. Ik ruik nagellak. Welke autist lakt er nou haar nagels in de trein?

12.30 tussenstop         

Voorverpakt broodje kaas na drie happen weggegooid. Daar had ik bij chocolade croissants nooit last van.

tweede trein

Gillende kinderen. Mensen denken altijd dat ik daarom geen kinderen wil, omdat ik kinderen niet leuk vind. Dat is niet zo. Je eigen kinderen zijn altijd leuk. Maar moeder zijn lijkt mij een 24/7 corvee dienst, met dito arbeidssatisfactie. Ik zou nog wel vader willen worden. Een donorvader bij een zachtaardige alleenstaande wensmoeder.

16.15 op de stoep bij een club

Ja hoor. Even mijn sjaal ophalen gaat een half uur extra kosten. Aangezien ik mijn trein terug toch al niet meer haal. Ik zal dadelijk het bord iedere dag open vanaf 16.00 even een rotschop geven. Ik ben er maar bij gaan zitten.

station

Ik zat net een minuut op de trap, uit het zicht, onder het raam van de deur (internationaal teken voor “Ik ben er niet”), vloog de deur open. Uiteraard was ik er wel. Hier met die sjaal! Luiwammes! Weet je wel hoe lang ik nu op een tochtig station moet wachten omdat JIJ geen klok kan kijken! Braaf glimlachend nam ik dankbaar de sjaal in ontvangst die ik op het feest van mijn homoseksuele neef was verloren.
Ik heb van vijf verschillende soorten zalm genoten, de glazen champagne maar niet geteld, en stond zo stijf van de testosteron dat ik mij niet alleen een gay black man voelde, maar ook geloofde dat ik er één was. God zij geloofd dat ik er met één vermist sjaaltje vanaf kwam.
Iemand probeert al vijftien minuten mijn aandacht te trekken met het lied oe-hoe oe-hoe van Gers Pardoel. Eerst luid zingend bij de Kiosk (ik beende langs hem zonder op te kijken, internationaal teken voor ik luister toch niet) en nu heeft oe-hoe-over-de-luidsprekers zijn auto pal achter mijn bankje geparkeerd. Internationaal teken voor ik ben een stakker.

eerste trein terug

Aan de geluiden te horen zit ik bij een spastisch vrouwonvriendelijk varken met een lolly in het treinstel. De sabbel en snuifgeluiden gaan op willekeurige momenten over in psst! psst! of een keelschraap.

overstap

Bij de Smullers stonden twee Duitse Neanderthalers (nee, ik maak geen grap over untermenschen) met een wirwar van aanbiedingsbonnen te zwaaien naar twee vrouwen honderdvijftig meter verderop minding-their-own-business. Ik overwoog niet voor de tweede keer in een etmaal friet te nemen. Straks slinkt mijn brein ook tot formaat rozijn, sta ik kwijlend te zwaaien naar soortgenoten van een rivaliserende stam en zwabbert mijn broek halverwege mijn billen op een kobaltblauwe onderbroek. Ik besloot het erop te wagen.

tweede trein terug

Ik gaf mijn tante de doos bonbons en excuseerde mij dat ik geen suiker meer at.
“Op de verjaardag vonden ze het ongezellig, of ik niet een dag later kon beginnen. Maar ik zei dat ik vandaag hier met jou en een doos verse bonbons zou zitten.”
“Precies..” murmelde ze, terwijl ze er één uitzocht.
“Zoiets komt toch nooit uit hoor.”
Ook begreep ze dat als ik een maand geen suiker at er echt iets mis moest zijn. Het oude banketbakkersgeslacht bestaat niet meer. Haar broer was de laatste die de bakkerij gedraaid heeft. Maar de voorkeur voor zoet, vet, en vooral voor echt lekker, die is er niet meer uit te krijgen. Gezondheidsfanaten kent de tak niet. Geen geheelonthouders, geen veganisten, geen gluten allergieën, geen candida diëten. Net zo min zijn er onder de honderden neven, nichten, achterneven en achternichten van mijn tante klantjes voor Obese. Noch voor de AA. En mijn oma was van haar broers en zussen, de enige die een beetje doorrookte.
Genetisch besta ik voor een kwart uit banketbakker, een kwart uit hard werkende intellectuelen (ik denk dat dat deel minder is), een kwart kort-maar-hard levende boer, en een kwart ben ik van een oma waar ik alleen van weet dat ze de voortuin netjes hield. Naar alle waarschijnlijkheid ben ik dus toch 100% banketbakker. Een homoseksuele.

LS Harteveld Facebook
Twitter 

De Candystop is samen met 9 andere boeken verkrijgbaar in mijn shop
Let op dat je de goede winkel kiest:
Nederlandse vlaggetje rechtsboven

De Candystop kost €10 + verzendkosten en is alleen verkrijgbaar bij de Lulu shop.
Mijn verzameld werk Het Boek Benjamin, waar ook De Candystop inzit, kost €45 en is ook verkrijgbaar bij Boekhandel de Feeks in Nijmegen