De Candystop, aflevering 11. Mon Cheri

Give her a blue hood and I say the Virgin Mary is among usDe Candystop
Eerste druk
© 2017
alle rechten voorbehouden

Om de privacy te waarborgen zijn namen, data, gebeurtenissen en plaatsen gewijzigd. Dit boek bevat fictie en is niet bedoeld voor waarheidsvinding.

Daphne woont driehoog, in een rommelig dun hoekpand, met zicht over de grachten en houten kraakvloeren die van bewoner op bewoner in de lak worden gezet. De postzegel appartementjes hebben een keur aan onlogische indelingen, kabouterdoorstapjes en zware balken die de lage plafonds, nog verder verlagen. Aan de muren open kledingplanken met rommelige stapels, reisgidsen, kunstkaarten. Een keukentje dat tot het plafond is volgestapeld met kruiden.
Haar onbewerkte tafel was ooit van mijn ouders. Zij tekende er wilde dieren, en ik knipte plaatjes van Danny de Munk. Vandaag zit er een jongetje aan, haar neefje.
“Is het lekker Bo?” vraag ik.
Bo’s vingers druipen van de Belgische mayonaise. Aandachtig slaat hij gade hoe Daphne een varen verplaatst en de stoel die net nog als bijzettafel diende, voor mij aanschuift.
“Do we still have normal mayonaise?” vraagt Julian vanuit de koelkast.
We verorberen de twee familiezakken friet en Julian maakt koffie na.
“Kom maar door!” haalt Daphne huiselijk een vaatdoekje over de tafel.
“Laat die vent van je maar eens zien.”
Daphne is een wolvin. Een vriendin die in en uit mijn leven zwerft, maar trouw en vergevingsgezind. Ik duik in mijn tas voor het boek van Sam.
“Die jongens van jou brengen ons wel altijd mooi bij elkaar,” merkt ze op.
Ze was vorig jaar ook mee naar Rafael, en bestudeert de foto op de achterflap.
“En je hebt absoluut smaak.”
“Waar gaan jullie heen?” vraagt Bo vanaf de vloer. Hij speelt op een keyboard van Julian, met twee wijsvingers tegelijk springt hij over de toetsen.
“We gaan naar een meneer,” zegt Daphne.
“Tante Laurie is verliefd.”
Hij kijkt mij een beetje bedrukt aan.
“Tante Laurie is verliefd op iemand van de televisie,” verduidelijk ik.
“Ooooooh!” roept Bo alsof hij al lang weet wat dat betekent.
“Zeker om dittuh!”
Hij steekt zijn arm omhoog en schuift zijn duim en vingers in een geld gebaar driftig over elkaar.
Vijf uur. We moeten gaan. Bo en Julian doen ons uitgeleide met een quatre main.
Sams doodserieuze debat is in een licht pand. Doorzichtige vloeren, melkwitte ruiten, en een zaal zo hoog dat de zwarte concertvleugel opgaat in de zee van bezette tafels. De klassieke klanken waar ik de hele week al naar luister zwemmen ons tegemoet.
In een rood strak t-shirt wiegt een gespierde torso mee over de toetsen. Af en toe kijkt hij serieus naar een roodharige dame in een strakke rok en badge, op haar arm een map, in de andere hand een pen, en onder haar drukke gebaren staan vijf etniciteiten twintigers.
Keurig gekleed.
De roodharige vrouw praat druk in steenkolen Engels. Sams blik dwaalt tussen de persvrouw en de gastsprekers, en dan laat hij zijn hoofd weer meedeinen met de melodie.
Ik glimlach een gigantische blije apengrijns.
Er wacht een glazen ruimte met drie camera’s en rijen stoelen. Achterste druk, voorin steeds leger.
“Kom. We gaan vooraan zitten.”
Loodzwaar. De presentator geeft bij voorbaat iedere poging op lucht te brengen in het debat, en dat is ook wel zo verstandig. Dat het op de wereld wemelt van de dictators, de genocides en de martelpoelen, dat mag best eens gezegd. En dat het vluchtelingenbeleid van Nederland krom en onrechtvaardig is, daar kijkt ook niemand van op. Gelaten komt de stroom van onrecht over ons heen.
Uiteraard duurt het allemaal verschrikkelijk lang.
Mijn hoofd wordt steeds heter, dorstig kijk ik naar de kannen koud water waar Sam op gezette tijden uit bijschenkt. Dan staat hij op van zijn draaikruk en maakt, met losse veters, een stemmig rondje waterschenken langs het panel.
Soms met een steunbetuiging of een geïnteresseerde vraag, in ongeoefend Engels met een Amsterdams Marokkaans accent. De presentator vertaalt het restant Nederlandse woorden.
Tegen de tijd dat Sam zelf aan de beurt komt, had het debat al twintig minuten afgelopen moeten zijn.
“Sam! It’s your turn. Tell us why you’re here.”
“Yes. I will. But can I please go pee first?”
In de korte pauze bedenken we een slimme vraag en biecht ik op tussen alle mensenschendingen door per ongeluk al een blik te hebben gewisseld.
“Oh ja! Zo’n blik die klikt, opent, vastzuigt…. Tot aan je stuit.”
Daphne heeft hem dus ook gehad. Sam komt terug. Met gestrikte sneakers.
Sam is in de spotlight. Eindelijk mag ik hem ongeremd bestuderen. De bijna wrede bouw met de massieve schouders. Het symmetrische gezicht met de hartvormige mond. Het schaamteloos draaien met de stoel. De donkere irissen lichten aan de onderkant donkerblauw op, een schouwspel van duivelse vlammen. Uiteraard vergeten we totaal wat we wilden vragen. En dan is het afgelopen.
We mengen ons tussen de gasten en Daphne geeft haar kaartje aan een vluchtelinge die rechtsbijstand nodig heeft. Met een dubbele cum laude was ze voor iedere functie overgekwalificeerd, maar haar brain power is nooit te koop geweest. Momenteel is ze kunsthandelaar en hondenfluisteraar. Ik steek een echtpaar een hart onder riem, en maak een praatje met de presentator.
Ineens staat hij er.
Alsof hij de dans overneemt tikt hij de presentator op de schouder. Ik schud hem de hand. Hij herhaalt mijn naam. Lauw-rrrren. De rilling is er weer. Tot in mijn tenen dit keer.
We talk shop. Ik over zijn boek, hij over mijn blog, en we wisselen wat kennis uit die de ander wellicht kan helpen. Ik vraag of hij mijn boek wil signeren en ik lees over zijn schouder mee, wat niet mag. Thuis pas.
“Maar wat ga je nou doen hierna?” vraag ik, terwijl ik dociel de andere kant op kijk.
“Want ik zie je nergens aangekondigd. Dit vandaag was het enige.”
“Iets doen?” geeft hij mij lachend het boek terug.
“Ik heb als een kluizenaar geleefd man! Drie. Jaar. Lang.”
De woorden stoten, hard en geil. En wat doet die jongen in vredesnaam met de letter r?
“Tweede boek? Ooit, weet je! De mozlim cultuur eens grrondig onder handen nemen. Eerrrst feesten!”
Ik negeer mijn lichaam dat in een soort vreugdedansje wil uitbreken (Feesten! Vet de shit weet je!) en schud gedecideerd mijn hoofd. De meest veelbelovende Marokkaan van Nederland met een pot pretpillen de Jimmy’s insturen? Not on my shift.          
“Ben je niet geboekt voor scholen?” verbreek ik de jubelstemming.
“Je schrijft voor die kids. Ga maar gewoon iedere dag een school bezoeken. Kun je mooi de kost verdienen.”
“Betaalt dat? Echt? Tof!”
Sam lijkt oprecht verrast bij het idee zich niet dood te hoeven feesten.
“Tuurlijk betaalt dat. En je kunt ook stukken schrijven in opdracht.
Heb je al een boekhouder enzo?”
Bij het woord boekhouder deinst Sam naar achter.
“Regelen! En je tour langs boekhandels? Website? De festivals van 2014?”
Sam kijkt alsof hij geen andere uitweg ziet dan zich acuut in een delirium te zuipen. Ineens schiet mij een gevestigde schrijver te binnen. Zo jong als hij was bij zijn debuut, zo is hij ook een half leven te vroeg de eminence grise voor een hele generatie die alles tussen Mulisch en hem gemist heeft. Ik bijvoorbeeld. Sam bewondert hem in stilte, en ik heb door mijn grote mond een warm plekje in zijn hart.
“Weet je, de Grijze kan je hier alles over vertellen.”
Mijn stem klinkt moederlijk. Als ik dit doorschuif, kunnen we daarna weer gewoon flirten.
“Ik wil wel een goed woordje voor je doen.”
Sams handen frutselen nog wat bevreesd door de zakken van zijn wijde broek.
“Denk je echt dat hij dat zou willen dan?”
Hij fluistert bijna. Zelfs de harde z is verzacht, voor zover zijn ramharde accent dat toelaat. Twee grote bruine ogen. En ineens reflecteert het blauw, maar nu koel en diep, als maanlicht in zee.
“Oh nu moet je stoppen hoor!” dreig ik.
“Te lief. Ik knijp al bijna in je wang.”
Een mannelijke grijns. De handen vliegen los, de schouders rechten en een offensief testosteron straalt mijn kant op.
Het debat aquarium loopt langzaam leeg. Sam verzamelt zijn spullen, vrienden, uitgever en de vriendin die ongetwijfeld ergens moet rondlopen. Het is te laat om naar huis te gaan en Jacquelines soep met verse gember te maken. Na een kort overleg en een appje aan Julian strijken Daphne en ik neer in de banken van het restaurant. We krijgen eindelijk ons eigen water en lurken de eerste hitte weg.
Ik speur over het menu.
“Ik moet echt iets kleins hoor, meer krijg ik niet op.”
Ik plaats mijn hand beschermend op mijn buik.
“Oh, jij zit natuurlijk met een knoop,” schat Daphne in.
“Ik ook alleen een voorgerecht.”
In mij trekken de scheepsjongens van de Bonte Koe nog wat strakker.
“Salade met verse vijgen en die warme toastjes,” kies ik.
“Dat wordt dan twee keer.”
Daphne drinkt rood en ik drink wit.
“Jij ziet er altijd zo koel uit,” leg ik mijn vingers tegen haar huid die altijd lichtgebruind is alsof ze zo van een zeilboot is gestapt. Wat vaak ook zo is.
“Ik krijg altijd zo’n rood heet hoofd.”
“Mooi toch juist!”
Ze tekent imaginaire rondjes voor haar wangen.
“Stralend gezond! Niks aan doen hoor.”
Haar staalblauwe ogen lachen. Miss Sunkissed by the Ocean. Een lange blond bruine vlecht kronkelt langs haar lange hals naar voren.
Sam is nu aan deze kant van het raam. Ik voel een drug door mijn lijf gieren, die niks met potjes of pillen te maken heeft. Ik kijk niet naar hem, mijn blik glijdt over de koele tegels, langs de glanzende piano, hopt van tafel naar tafel, maar ik zie geen gezichten. Alsof ik schaapjes tel.
“Ik vond het heel grappig van dat hij moest pee-en,” grinnik ik.
“But I’m hopelessly biased.”
“Inderdaad. Als Gordon dat had gezegd had je het echt niet leuk gevonden.”
Verstoord kijk ik haar aan dat ze ook maar de naam Gordon laat vallen.
“We zitten hier nog bij Sam he? Sacred grounds. Niet vloeken.”
Bo is opgehaald. Julian appt dat hij geen honger heeft en straks wel iets komt drinken.
“They have a piano!” probeert Daphne hem over te halen.
Was dat Sam daar links achter, bij de wc? Een groepje bontkraagjes staat bij de uitgang, lummelend rondom een beeld. Een dunne spies met daarop een walvisachtig brons. Een sierlijke zwemmer vliegt over het dier, en houdt zich vast met minuscule handen. Haar gewichtsloze lichaam buigt achterover, de spichtige beentjes als minaretten de lucht in.
“Heb jij zijn vriendin gezien trouwens?” vraagt Daphne.
Ik schud tevreden van nee.
“Dus hij zat niet de hele tijd hinderlijk aan haar te plukken. Hinderlijk als in: voor mij.”
We krijgen salade, toasten een tweede keer, en ik prik hapjes naar binnen. Poppenhapjes. Maar het smaakt goed. Daphne begint over hoe onintelligent het hele fenomeen democratie is.
“Weet ik. In de Griekse tijd deden ze dat ook heel anders. Met wijze mannen ofzo.”
“Ja, dat klopt!” Daphne is blij dat ik ook eindelijk iets weet.
“De polis. Maar na het samenvoegen van het publieke met het private domein, kreeg je een maatschappij.”
Ik zie iemand terugkomen van de wc, maar het is Sam niet. Was het Sam net wel? Waar is hij? De wasbeerkraagjes zijn weg. Het beeld staat weer alleen. Het iele poppetje stort in een wanhoopsduik op de bronzen reuzevis. Ik draai mijn bord. Ik lust helemaal geen artisjokkenhartjes.
“…maar de Joodse gemeenschap was daar natuurlijk laaiend over,” kabbelt Daphne’s stem verder.
“Waarom?”
Waarom wordt mijn hart door een koude hand dichtgeknepen en vallen mijn longen stil, alsof ze niet meer weten wat ze met de lucht aan moeten.
“Ja, die wilden natuurlijk dat Eichmann een monster was. Niet dat genocide in iedere democratie kan voorkomen. Foutje in t systeem. Sorry, bedankt.”
Een schaduw in mijn ooghoek, een trilling van de lucht, en ik wend mij ernaar toe. Sams rijzende verschijning. Een superieure blik en triomfantelijke tred over het lichtgeaderde marmer. Hij legt zijn hand in het voorbijgaan heel even op mijn leuning.
“Eet smakelijk dames.”
Zijn rug houdt oogcontact en aan de andere zijde van de zaal, keert hij zich om bij een tafel met een grote groep. Zwanger van lof halen ze de schrijver in hun midden. Hij schuift aan, en zegt iets waar iedereen om moet lachen.
“Oh die weet echt wel welk effect hij heeft op vrouwen,” grinnikt Daphne naast me.
“Met zijn Eet smakelijk dames. En ik weet alweer wat we wilden vragen! Of er ook Marokkanen positief waren. Dat ze het een mooi boek vonden.”
Tevreden rijgt ze een stuk schimmelkaas aan haar vork.
“Ga jij het hem vragen?”
De tafel van Sam deint gebroederlijk heen en weer. Een jonge vrouw zit kaarsrecht en blokkeert mijn uitzicht.
“Sam is nu echt met zijn eigen mensen bezig,” staar ik.
“Het enige waar je hem nu nog mee mag lastig vallen is: Blowjob, wc, over vijf minuten.”
Daphne knikt bedachtzaam over haar wijn. Haar lippen strelen tegen het glas.
“Dat zal hij nog wel leuk vinden ja. Over zes maanden kun je daar ook niet meer mee aankomen.”
Julian komt bij ons derde glas wijn. Hij informeert naar onze avond en moet lachen als ik antwoord dat ik aan het worshippen ben and you’re blocking the view sweetheart.
“Who are you worshipping?”
“The writer of course!”
Ik pak het boek er weer bij, en terwijl Julian de kaft bestudeert vult Daphne aan dat hij “really great hair” heeft. Net als Julian, die alleen daarop al wint van iedere Nederlandse veertiger.
“I have to go in half an hour though,” de spijt schuurt in mijn stem.
“Up at six.”
Kut wat een spijt. Een dag vrijwilligerswerk op een bouwplaats. Middeleeuwse kelders uitgraven.
“Ah.. Pity. Would you like me to keep blocking your view or to play some piano for you, Lo-ren?”
Piano. Please.
Julian neemt plaats en heel ijl begint het, het Koppige Lied, de Canto Ostinato. Ik hoor het. Sam hoort het. Zijn gezicht breekt open, de ogen krijgen die vrouwelijke glans, naar mij, naar Daphne, en dan naar Julian, die really great hair naar zijn piano ziet komen.
Sam knielt, kin in, zwarte lange wimpers op, en vraagt iets.
Julian knikt en lacht. Of course. En de sierlijke Italiaan schuift over het krukje naar zijn helft en de jonge Marokkaan schuift aan, dij aan dij. De openingsmelodie herhaalt, Allargando. Julian geeft ruimte. Een voorslag van Sams linkerhand, één maat. Rechterhand, Piccolo.
 Ze trillen, kabbelen, golven. Perfecte harmonie.
 Amoroso.

LS Harteveld Facebook 
Twitter 

De Candystop is samen met 9 andere boeken verkrijgbaar in mijn shop
Let op dat je de goede winkel kiest:
Nederlandse vlaggetje rechtsboven

De Candystop kost €10 + verzendkosten en is alleen verkrijgbaar bij de Lulu shop.
Mijn verzameld werk Het Boek Benjamin, waar ook De Candystop inzit, kost €45 en is ook verkrijgbaar bij Boekhandel de Feeks in Nijmegen