
“Het is beter tweemaal teveel te beminnen, dan éénmaal te weinig.”
~Jeanne Moreau~
Een bed met een meisje, een jongen en een man die Paul heet. Het is de eerste alinea van Mango; een novelle over angst, volwassen worden en het terugvinden van onschuld. Het manuscript van Mango is klaar. Aan het vervolg, Fudge, wordt gewerkt.
1991
De diepe vloerbedekking verkoelt mijn voeten. De jongen sluit de deur achter ons . Het licht van de badkamer dooft op het grote bed.
“En waar willen de tortelduifjes slapen?” De stem van Paul.
“Ik maak gewoon een bedje voor je op de bank hoor,” verzucht de jongen. Zijn geruststelling blijft hangen in de kleine kamer.
Een bundel kleren en een toilettas treuzelen in mijn handen, en glijden dan met een doffe plof op de grond. Ik draai me om. Zijn huid raakt de mijne. Borst, adem, kus. In een gretige omhelzing grijpen klamme lichamen elkaar. Handen tillen me op. Mijn gewicht in zijn armen. Zijn pik tegen ons ondergoed. Hij hard, ik vochtig.
“ Wil je hier slapen of ergens anders?” vraagt hij het donker.
Hier slapen is met zijn drieën. Ergens anders met zijn tweeën. Ik slik.
“ Hier.”
Ik laat me neerzetten en glijd onder de lakens. Huiverend sla ik een arm om mijn borsten. Mijn hand begraven tussen mijn dijen. Het bed beweegt Paul tegen me aan. Achter mij de jongen. Verliefd herken ik zijn handen.Beurtelings draai ik op mijn zij, kussend en strelend. Overal handen. Mijn heupen verlangen, benen strengelen. Overal hitte. Meer. Verder. Handen glijden in mijn string. De zoenen en aanrakingen van de jongen bewegen gelijktijdig. Een streling tussen mijn billen vergezelt een diepe kus.